‘Ben je alleen?’ vraag ik aan Khalid als ik binnenkom in het piepkleine kapperszaakje in het centrum van Amsterdam. Hij kijkt even om tijdens het knippen van de grijsharige man die in de stoel zit, knikt.

‘Laïd is naar huis gegaan. Vrouw is ziek.’

Er zit een klant te wachten op één van de twee stoelen die er staan tegen de muur, met een tafel ertussen vanwege de corona. Ik ga met mijn twee zoontjes naar binnen, aarzel. We moeten écht geknipt worden omdat tijdens de lockdown onze woeste haardossen onze hoofden steeds kleiner maken. Ik begrijp alleen niet hoe hij deze klant kan afknippen, en dan de wachtende klant, voordat het half twaalf is. Dan zijn wij aan de beurt, en het is vijf voor half twaalf.

‘Ik kan later deze week wel terugkomen,’ zeg ik, maar hij wuift mijn aanbod weg.

‘Geen probleem, ik knip gewoon sneller.’

Hij lacht breed, knipt heel snel met zijn schaar in de lucht.

 

Ik doe mijn jas uit, mijn oudste doet ook zijn jas uit, laat mij het ophangen op de hoge kapstok. De jongste gaat achter de deur zitten, schudt zijn hoofd als ik hem vraag of hij de rugtas met de auto’s en de knuffelaap van zijn rug af wil. Hij wil ook zijn jas niet uit, en ik laat hem maar even acclimatiseren. Ik ga zitten en praat met de man naast me. Hij is al een paar jaar geleden naar Friesland verhuisd maar blijft, net zoals zijn echtgenoot, altijd naar deze kapper komen. Af en toe praat de kapper tegen ons, af en toe verplaatst het gesprek zich naar de klant in de stoel. Khalid vraagt ook wat aan mijn zoontjes, de oudste antwoord, de jongste draait zijn gezicht naar de hoek tussen deur en muur.

De kapper knipt geconcentreerd verder, groet de grijsharige klant als hij vertrekt en bedankt hem voor de grote doos chocolade die hij had meegenomen als cadeau. De tweede klant knipt hij ook snel en efficiënt, kletst met ons allemaal zoals hij en zijn collega dat altijd doen.

Dan knipt hij mij, mijn oudste zoon en mijn jongste in 45 minuten, terwijl hij normaal een half uur per persoon nodig heeft. We krijgen deze keer geen koffie of thee, maar zoveel tijd bespaart dat niet. En dan realiseer ik me dat hij en zijn collega natuurlijk ook heel bewust voortaan binnen 15 minuten al hun klanten kunnen knippen. Het is er altijd erg druk, ik moet ruim van tevoren afspraken inplannen. 15 minuten per klant in plaats van 30. Zo kunnen ze hun inkomen verdubbelen! Waarom doen ze dat niet? Het antwoord is vast heel simpel: ze willen het niet. Ze willen een prettige baan, waarbij ze tijd hebben om een kopje koffie te zetten en om te vragen naar gezondheid, familie en werk. Ze willen écht contact hebben met de mensen voor wie ze dit doen. Ze zouden waarschijnlijk erg ongelukkig worden als ze elke dag klant na klant in 15 minuten moesten afwerken.

 

Dat is het verschil met mensen die voor een bedrijf werken waarvan de eigenaar alleen maar zoveel mogelijk geld wil verdienen. Die kijkt naar hoe efficiënt het werk kan worden gedaan, in theorie, en buigt dan de praktijk naar die theorie toe. Als je kan knippen in 15 minuten, dan ga je knippen in 15 minuten, ook al word je daar ongelukkig van, ook al is de kwaliteit van het werk minder, ook al is de kans op fouten groter. Alles moet zo efficiënt mogelijk, want de eigenaar of de aandeelhouders willen zoveel mogelijk geld ontvangen. Niet dat ze het personeel twee keer zo veel betalen voor twee keer zoveel ‘productie’. Nee die betaal je natuurlijk ook zo min mogelijk, en het liefst middelbare scholieren of mensen die zo hard geld nodig hebben dat ze ook een ‘freelance’ contract tegen slechte voorwaarden accepteren. Want winstmaximalisatie is het allerbelangrijkste.

Veel bedrijven werken op deze manier: zo min mogelijk uitgeven aan personeel, zo veel mogelijk arbeid uit de werknemers persen zodat ze zo veel mogelijk productie draaien. Om uiteindelijk zoveel mogelijk geld te kunnen overmaken aan de rijke aandeelhouders. Ik las dat beursgenoteerde bedrijven zelfs aangeklaagd kunnen worden als ze niet het belang van de aandeelhouders bij alle beslissingen voorop stellen.

Ik zie dat sommige bedrijven dat anders willen doen. Dat ze méér doelen dan alleen die van de aandeelhouders willen dienen. Dat zijn de bedrijven die iets voor een gezondere wereld willen betekenen, die sociaal ondernemen. Ook mijn bedrijf moet zo’n soort bedrijf zijn: ik wil de docenten die via ons op scholen werken een fatsoenlijke bedrag laten verdienen, maar ook mijn teamleden een redelijke vergoeding aanbieden. De scholen moet het niet meer kosten dan wat ze kwijt zijn aan een ‘normale’ basisschooldocent, anders doet het in het onderwijs zeer om ons in te zetten. Tenslotte wil ik ook graag de mensen die ooit vertrouwen in (een eerder project van) me hadden, en die een deel van hun zuurverdiende geld aan me toevertrouwden,  daarvoor terugbetalen met dividend. Dat moet allemaal mogelijk zijn, vind ik. Lukt het niet vandaag, dan wel morgen of overmorgen. Ik blijf er mijn uiterste best voor doen.

Mijn vrouw haalt me op. Ze heeft bij de drogist bruistabletten voor vermoeide voeten gekocht, handcrème en luxe handzeep. Khalid lacht vrolijk als hij het ziet en zegt dat hij het met zijn collega gaat delen. Hopelijk gaan ze nooit met pensioen en kunnen mijn kinderen en ik er nog tientallen jaren komen om ons te laten knippen en om verhalen te delen. Want hier wordt er goed voor ons gezorgd door mensen die plezier en eer in hun werk hebben.

lees ook: All Profit!