schooltypen

Montessorionderwijs

Montessorionderwijs

“Help mij het zelf te doen, leer mij het zelf doen, laat mij het zelf doen.”

Montessorischolen werken volgens de uitgangspunten van Maria Montessori. Ze gaan uit van de individuele ontwikkeling en mogelijkheden van het kind en begeleiden het in de groei naar zelfstandigheid. De leerkracht stimuleert, begeleidt, stuurt en biedt didactische hulp. De kinderen leren door zelf ontdekken en ervaren.

Heel belangrijk in de groei naar zelfstandigheid is samenwerking, rekening houden met en res­pect hebben voor elkaar, ongeacht intelligentie en vaardigheden.

In een montessoriklas zitten kin­deren van verschillende leeftijden bij elkaar in één groep. Op een natuurlijke wijze leren kinderen van elkaar. De jongsten zien ongemerkt wat de oudsten doen en worden erdoor gestimuleerd. De oudsten kunnen de jongeren heel goed helpen en herhalen zo vanuit een andere positie nog eens bepaalde onderdelen van de leerstof . Of de oudsten leren de jongsten hoe de dingen gedaan worden in de groep. De leerkracht zelf hoeft niet meer alles te regelen. Het sociale gebeuren wordt op een onopvallende wijze geleid.

Er is veel ruimte voor het individuele werken. Allerlei materialen, overzichtelijk in open kasten opgesteld, maken het voor het kind mogelijk om een keuze te maken uit de gewenste activiteiten.

Zo bepalen de samenstelling van de groep, de inrichting van de klas, de houding van de leerkracht en het leermateriaal de individuele leersituatie. Naast alles wat er in de loop der jaren veranderd is, blijft deze samenhang de basis vormen van het montessorionderwijs.

Groepindeling:

Op montessorischolen is er sprake van een onder-, midden- en bovenbouw.  Leerlingen van verschillende groepen zitten bij elkaar in de klas. De onderbouw bestaat uit leerlingen uit (meestal) groep 1+2, de middenbouw groep 3+4+5 en de bovenbouw groep 6+7+8.

Belangrijke uitganspunten:

  • Een veilige, voorbereide en uitdagende omgeving biedt kinderen wat ze nodig hebben om zich cognitief en sociaal zo optimaal mogelijk te ontwikkelen in elke fase van hun schoolleven
  • Een gezamenlijk doel van de opvoeding thuis, op school en in de vrije tijd is dat kinderen leren zich bewust en verantwoordelijk te gedragen, tegenover zichzelf, tegenover anderen en ten opzichte van hun omgeving
  • Het leren is een plezierige activiteit met als doel het steeds zelfstandiger worden (help mij het zelf te doen)
  • Elk kind heeft recht op zijn eigen ontwikkeling, maar werkt onder begeleiding van de leerkracht en met het oog op tussendoelen met regelmaat aan elk schoolvak
  • Vrijheid in gebondenheid: er is vrijheid van werkkeuze, werktempo, beweging, herhaling, verwerking of verdieping van de leerstof en vrijheid van samenwerken, maar onder begeleiding van de leerkracht en naar de mogelijkheden van elk kind.
  • Een sociaal krachtige leeromgeving: in de klas en op school zoeken we steeds naar mogelijkheden voor het bevorderen van autonomie, relatie en competentie
  • Wij zijn als ouders en leerkrachten een voorbeeld voor de kinderen, in de manier waarop we kinderen aanspreken en corrigeren in en om de school.

Creativiteit:

Creativiteit staat hoog in het vaandel op montessorischolen, dus meestal zijn er genoeg creatieve materialen beschikbaar.

(Bron)